Oom Dik en Tante Ger

Oom Dik en Tante Ger? Wat hebben deze mensen met Praat te maken? En, zijn het eigenlijk wel echte mensen of is dit een verzinsel van…?

Oom Dik en Tante Ger waren de oom en tante van Ted Kloosterboer, de directeur van Stichting Praat. Ted werd als kind mishandeld door haar beide ouders. En dat maakte dat zij zich een ‘slecht kind’ ging voelen. Dom, onhandig, niet waard om van te houden. Want dat waren vooral de boodschappen die zij van haar ouders kreeg.

En uiteindelijk werden die boodschappen Teds eigen overtuiging. ‘Ik ben een slecht kind’, ‘ik ben niet om van te houden’. En die overtuigingen maakte ook dat zij aan niemand durfde en kon vertellen wat er thuis allemaal gebeurde.

Hulp

Omdat eigenlijk niemand wist wat er allemaal gebeurde, heeft Ted (en ook de rest van het gezin, inclusief haar ouders) geen hulp gekregen. Tenminste, niet van professionele hulpverleners.
Maar wel van haar Oom Dik en Tante Ger. Tante Ger was de zus van Teds moeder. En zij en Oom Dik wisten dat er een aantal dingen bij Ted thuis niet oké waren. Maar hoe erg het was, dat wisten ze niet. En daar hebben ze ook nooit naar gevraagd. Dat was te moeilijk en te pijnlijk.
Maar als je het aan Ted vraagt, zal zij altijd zeggen: ‘Oom Dik en Tante Ger hebben mijn leven gered. Eigenlijk twee keer. Eén keer toen ik klein was, want door hen heb ik mijn jeugd kunnen overleven. En één keer in mijn volwassen leven, want door de herinneringen aan alle mooie, gezellige, veilige en liefdevolle momenten met hen heb ik mijn trauma’s kunnen verwerken. Daardoor kon ik een goed en gelukkig leven opbouwen.’

Wat deden zij dan precies?

Waar Oom Dik en Tante Ger vooral goed in waren, was er ‘gewoon zijn’. Zij waren betrouwbaar, bij hen kon Ted kind zijn, zij gaven complimentjes, knuffelden op een veilige en liefdevolle manier. Zij lieten Ted voelen dat zij van haar hielden.
Soms zat Ted alleen maar bij Oom Dik in zijn stoel als hij naar de radio luisterde of zat zij op een krukje in de keuken terwijl Tante Ger eten aan het koken was. Dat was al genoeg voor Ted om zich veilig, gezien en geliefd te voelen.

Schatkistje

Al die fijne herinneringen met Oom Dik en Tante Ger stopte ze in een schatkistje in haar hoofd zodat ze die altijd bij zich had. En als het thuis dan weer eens uit de hand liep, maakte Ted het schatkistje in haar hoofd open en dan kon ze voelen ‘maar Oom Dik en Tante Ger houden wel van me’.
Met de inhoud van het schatkistje kon Ted zich een beetje beschermen tegen het geweld dat thuis plaats vond.

Wordt jij een Oom Dik of Tante Ger deze zomer?

In de zomer van 2020 zijn we in Amsterdam Oost gestart met de campagne ‘Wordt jij een Oom Dik of Tante Ger deze zomer?’, in samenwerking met Vreedzaam Amsterdam Oost. Want we denken dat ieder kind wel zo’n oom of tante gebruiken. Of het kind nou wel of geen zorgen of problemen heeft.
Ook deze zomer kan je gewoon mee doen. Want, geef jij deze zomer een beetje extra aandacht en liefde aan de kinderen om je heen? Vertel jij aan het vriendinnetje van jouw dochter dat komt spelen dat het zo leuk is om haar te zien? Begroet jij de kinderen die voor je deur spelen en vraag je eens hoe het met ze gaat?

Voor de Jeugd Dag 2021

Bas Zwiers van Vreedzaam Amsterdam Oost en Ted Kloosterboer van Stichting Praat zullen tijdens de digitale editie van de Voor de Jeugd Dag 2021 een workshop verzorgen over ‘Hoe word ik een Oom Dik of Tante Ger’. Deze workshop kan je op maandag 27 september van 12.40 tot 13.00 volgen. Voor meer informatie over de Voor de Jeugd Dag 2021 kijk op https://www.voordejeugddag.nl/ 

Voor meer informatie over dit project of het andere werk van Praat, mail naar: contact@stichtingpraat.nl

 

 

Aangeraakt worden en kindermishandeling.

Fysiek contact, aangeraakt worden behoort tot één van onze basisbehoeften. Uit tal van onderzoeken blijkt dat aangeraakt worden ons geluksgevoel verhoogt en stress vermindert.
Wie kent het niet, bij groot verdriet of pijn het verlangen naar twee armen om je heen. Het verlangen naar fysieke troost. Hoe heerlijk is het wanneer iemand even een hand op je arm legt, je letterlijk een aai over je bol geeft of je gewoon even vasthoudt.

Wat ik bijzonder zorgelijk vind in deze tijd van social distance en beperkt fysiek contact is dat kinderen die mishandeld worden nu niet de mogelijkheid hebben om positieve ervaringen met aanraken op te doen.

Aanraken en mishandeling.

Voor kinderen die mishandeld worden is aanraken heel anders, voor hen betekent aanraken vaak pijn of dat de aanraking grensoverschrijdend is. Voor hen is een aanraking vaak beangstigend.
Ik was zelf zo’n kind. De aanrakingen door mijn moeder waren minimaal, ik kan me niet herinneren dat zij mij knuffelde of op schoot nam. Haar aanrakingen waren functioneel en ook dan hardhandig. Niet dat ze sloeg, maar ze was gewoon niet in staat tot zachtheid in het fysieke contact.
Van mijn vader kan ik me nog wel liefdevolle ‘gezonde’ aanrakingen herinneren. Tot het moment waarop hij begon mij seksueel te misbruiken. Vanaf toen maakten zijn aanrakingen mij bang, raakte ik ervan in de war en wilde ik niet meer door hem aangeraakt worden..
En bovendien werden de herinneringen aan de goede aanrakingen ook besmet door het misbruik.

Positieve aanrakingen

Aanraken werd dus steeds meer beladen en werd ook steeds meer iets wat ik probeerde te ontwijken. Behalve bij mijn oom Dik en tante Ger. Bij hen voelde ik me veilig, kon ik, zover ik daar toe in staat was, voelen dat ze van me hielden, kon ik kind zijn én durfde ik me te laten aanraken.
De knuffels van oom Dik, als hij zijn armen om me heen sloeg en me gewoon even vasthield. Dán voelde ik me veilig, geborgen, geliefd en koesterde ik me in de warmte van zijn armen.

Met name die knuffels hebben er voor gezorgd dat ik, toen ik eenmaal volwassen was en in therapie ging, weer heb geleerd dat aanraken prettig is, fijn is, dat het iets is om van te genieten, dat het voeding geeft.
Daar heb ik hard voor moeten werken, maar omdat ik de herinneringen aan die liefdevolle knuffels had kon ik die  als het ware, tegenover alle negatieve aanrakingen te zetten. En met behulp van heel goede therapeuten heb ik geleerd om die positieve ervaringen meer ‘gewicht’ te geven en tot mijn nieuwe referentie te maken. En daarmee leerde ik opnieuw om aangeraakt te worden.

Aanraken in corona tijd.

Voor kinderen die nu mishandeld worden is het nog ingewikkelder om te ervaren dat aanraken ook fijn kan zijn. Met de corona maatregelen is de nieuwe norm dat we elkaar alleen  aanraken wanneer we ’tot hetzelfde huishouden’ behoren. Dus een hand op je arm van de juf of meester, een aai over je bol van de pedagogisch medewerker, een knuffel van je opa of oma, dat wordt nu niet of nauwelijks gedaan.
Positieve ervaringen met aanraken worden daardoor bijna niet opgedaan en daarmee wordt het ook moeilijker om (later) weer te leren dat aanraken wel fijn is.

Ik pleit ervoor dat we met wijsheid en compassie met alle maatregelen omtrent corona omgaan. Zodat we ook de kinderen die nu mishandeld worden de kans geven om andere ervaringen op te doen waarmee ze een betere kans maken op herstel.

Het Corona virus en denken gestuurd voelen.

De afgelopen weken merk ik dat het me moeite kost om me steeds bewust te zijn van het Corona-virus en de gevaren die het met zich mee brengt. Ik lees alle verhalen van mensen die in de zorg die keihard aan het werk zijn om alle patiënten de beste verzorging te geven die mogelijk is. Ik lees de verhalen van de mensen die zelf patient zijn geweest en vertellen over hoe ziek ze zijn geweest, de beademing, de intensive care, de verwarring als ze uit hun ‘coma’ kwamen. En ik probeer me in te voelen hoe dat zou zijn, maar omdat ik het niet zelf heb meegemaakt, lukt dat invoelen maar voor een klein stukje.

Ik heb zelf, gelukkig, geen ernstig zieke dierbaren, vrienden of kennissen. Tenminste zover ik weet. Dus het Corona virus voelt best ver weg. Door ‘m’n kop erbij te houden’, zorg ik ervoor dat ik me bewust ben van wat er om me heen gebeurd en daarmee zorg ik er ook voor dat ik me aan de corona maatregelen hou.

Maar, als ik in het zonnetje lekker in mijn achtertuin aan het werk ben, verdwijnen de verhalen van de patiënten en zorgverleners, verdwijnt het hele corona virus best ver naar de achtergrond.

Juist omdat het, voor mij, zover weg is (= niemand ernstig ziek in mijn nabije omgeving) schiet het geen wortel in mijn systeem. Ik voel het niet, behalve als ik mijn hoofd aan het werk zet. Dan ontstaat er een denken gestuurd voelen. En denken gestuurd voelen heeft altijd de aansturing van mijn hoofd nodig. Kijkt die even de andere kant op, dan ebt mijn voelen direct weg.

Afgelopen week voelde ik ineens dat dit hetzelfde systeem is waar ik vaak tegen aan loop als het gaat om kindermishandeling. Dát heb ik zelf meegemaakt en het zit verankerd in mijn systeem. Er is altijd een stukje van mijn hoofd dat er mee bezig is en mijn voelen staat altijd aan als het over kinderen gaat die in onveiligheid opgroeien.

Ik loop er in mijn werk vaak tegen aan dat kindermishandeling voor veel mensen, even grof gezegd, ‘een ver van mijn bed show’ is. Mensen die ergens wel weten dat kindermishandeling bestaat maar bij wie het niet verankerd zit in hun systeem. Net zoals bij mij nu met het virus.
Mensen die dus altijd ‘hun hoofd erbij moeten houden’ om te echt te erkennen dat kindermishandeling bestaat, die hun hoofd nodig hebben om een klein beetje te kunnen voelen hoe het voor een kind moet zijn om mishandeld te worden. Mensen die steeds opnieuw moeten horen dat er jaarlijks 119.000 kinderen worden mishandeld zodat het denken gestuurd voelen ‘aan’ blijft.

Ik vraag me af of ik kan leren om net zo intens te voelen over het corona virus als hoe ik voel over kindermishandeling.
En ik vraag me af of er mensen zijn die dit systeem van denken en voelen herkennen. En als dit zo is, hoe zij hiermee omgaan.
Want als ik kan leren net zo te voelen over het corona virus dan kunnen anderen misschien leren om meer te voelen als het gaat om kindermishandeling.

Het corona virus en kindermishandeling.

Met alle gevolgen van het corona virus neemt de kans op kindermishandeling en huiselijk geweld toe. De sociale distantie en de “anderhalvemetersamenleving” maken dat we meer tijd thuis doorbrengen. En thuis is nu vaak een behoorlijk drukke plek. De plek waar de kinderen thuisonderwijs krijgen en waar veel ouders moeten werken.

Thuis is nu ook de plek waar veel zorgen zich kunnen opstapelen. Zorgen over gezondheid, dierbaren geïnfecteerd met het corona virus, financiën, werk en huisvesting.
Zorgen die mogelijk moeilijker gedeeld kunnen worden, juist omdat er minder direct sociaal contact is.
Dit soort zorgen in combinatie met onzekerheid en sociale isolatie kunnen de spanningen razendsnel laten oplopen. Met als mogelijk gevolg verwaarlozing en geweld.

We weten dat er een aantal risicofactoren zijn die de kans op kindermishandeling en huiselijk geweld doen toenemen. Dit zijn onder andere:
– Armoede
– Verslaving
– Psychische en psychiatrische problemen bij één of meerdere gezinsleden
– Gezondheidsproblemen bij één of meerdere gezinsleden
– Verstandelijke beperking bij één of meerdere gezinsleden
– Alleenstaande ouder
– Groot gezin
– Samengesteld gezin
– Statushouder/vluchteling
(bron: Augeo; www.augeo.nl)

Er zijn veel gezinnen die het tot nu toe zonder hulpverlening konden redden dankzij de dagelijkse routine en hun sociale netwerk. Veel gezinnen die het tot nu toe net lukt om conflicten niet te laten escaleren.

En nu is die dagelijkse routine weg en het sociale netwerk op afstand. Zowel de kinderen als de ouders zijn thuis en de mogelijkheden om aan elkaar te ontsnappen zijn klein. Er is bij iedereen grote onzekerheid en zorg over wat de komende tijd ons gaat brengen.
Die combinatie van onzekerheid, stress en gedwongen bij elkaar zitten vergroot de kans op conflicten. En ook op escalatie van die conflicten.

Om deze gezinnen te ondersteunen is het belangrijk om contact met hen op te nemen. Zodat zij weten en voelen dat zij er niet alleen voor staan. Zodat zij voelen dat er aandacht voor hen is.
Gelukkig wordt er door heel veel organisaties, denk aan scholen, maatschappelijk werk en vrijwilligersorganisaties, al contact opgenomen met mensen.

Wij van Praat weten dat aandacht levensreddend is. En in deze moeilijke tijd is aandacht voor kwetsbare gezinnen van levensbelang. Omdat we daarmee kunnen voorkomen dat een situatie van onveilig escaleert naar gewelddadig.
En zelfs als het niet lukt om contact te leggen, de pogingen tot contact die ondernomen worden, ook die zijn helpend. Immers de melding dat iemand gebeld heeft laat zien dat je niet vergeten wordt.

Om het ondersteunen van kinderen en gezinnen wat makkelijker te maken, heeft Praat de ‘Ondersteuningswijzer’ gemaakt. Een simpel hulpmiddel die kan ondersteunen bij het contact.

De ‘Ondersteuningswijzer’ vind je hier:210420 De Ondersteuningswijzer

 

De twee kanten van een jeugd met mishandeling

Afgelopen zaterdag (1 februari 2020) stond in de Volkskrant een uitgebreid interview met Bart Chabot, over zijn jeugd. Een jeugd waarin hij werd mishandeld. Hij beschrijft in prachtige zinnen hoe het voelde. Citaat uit zijn boek ‘Mijn vaders hand’: “Mijn jeugd werd een slagveld. Ik dwarrelde in stukjes en stukken uit elkaar en liet me langzaam opheffen.”

Wat me opvalt in het interview is zijn openheid, maar wat me nog meer opvalt is de volgende vraag van de interviewster: “Wat me erg verbaasde in het boek is dat je uiteindelijk je moeder nog meermalen aan haar sterfbed hebt bezocht.” En na het antwoord van Chabot blijft ze hierover doorvragen.

Het leest voor mij alsof het bijna ongepast is dat Chabot compassie voor zijn moeder kan opbrengen als zij stervende is. En dat is niet alleen in het geval bij Chabot. Ook Manon Uphof zegt in een interview dat zij zich niet gaat verontschuldigen omdat zij van haar ouders heeft gehouden.

Waar komt dat vandaan, vraag ik me af. Het is toch heel normaal dat kinderen van hun ouders houden. En dat is over het algemeen niet anders bij kinderen die mishandeld worden. En als die kinderen dat doen, dan snappen we dat nog wel, omdat ‘kinderen altijd loyaal blijven aan hun ouders’.

Maar als volwassene moet je bijna totaal afstand doen van de ouders die je als kind mishandeld hebben. En mogen de gevoelens van liefde, compassie, bewondering of wat er ook voor gevoelens zijn geweest, er niet meer zijn.
Waarom is dat?
Ik denk dat dit een manier is om een onbegrijpelijke situatie en onbegrijpelijk systeem enigszins begrijpelijk te maken. ‘Ouders die mishandelen zijn slecht en dus kan je niet van die mensen houden’.
Maar was het maar zo simpel. Ik heb heel lieve herinneringen aan mijn vader. Dat ik tijdens het ontbijt bij hem op schoot zat, en dat ik naar buiten wees en tegen hem zei: ‘moet u daar kijken’, en als hij dan uit het raam keek, at ik snel een stukje van zijn witte boterham met suiker op. En als hij dan weer naar zijn bord keek vroeg hij heel verbaasd ‘waar is mijn brood gebleven?’. Lief.

Maar diezelfde vader heeft mij seksueel misbruikt. Van mijn vijfde tot mijn achtste. En dat was absoluut niet lief. Maar die herinneringen wissen die andere, die lieve niet uit.
En dat maakt het zo ontzettend onverklaarbaar. Voor de slachtoffers, maar ook voor iedereen die er om heen staat.
Als mijn vader alleen maar slecht was geweest, dan was het voor iedereen gemakkelijker om stelling te nemen. Maar hij was ook aardig. Net zoals de ouders van de meeste slachtoffers, bijna allemaal hebben zij twee kanten.

Het is moeilijk om met die twee kanten om te gaan. En wat het nog pijnlijker maakt is dat het soms voelt dat het voor iedereen gemakkelijker is als de goede herinneringen gewist worden. Dat is makkelijker voor de omstanders, maar het doet geen recht aan alle gevoelens en emoties die de slachtoffers ten opzichte van de plegers hebben.

Terugblik op 2019, een jaar met voor ons, twee gezichten

Zo vlak voor het einde van 2019 is een terugblik op het afgelopen jaar op zijn plaats. Een terugblik op hoe het gaat met het signaleren van kindermishandeling. En ook hoe het Stichting Praat dit jaar is vergaan.
Helaas stemt dit jaar ons niet erg optimistisch, als het gaat over de zorg voor kinderen in de knel. De berichten die we krijgen over de hulpverlening aan kinderen en gezinnen die te maken hebben met kindermishandeling en huiselijk geweld zijn niet goed. De gevolgen van de transitie worden steeds zichtbaarder. Lange wachtlijsten, geen passende hulp en organisaties die op omvallen staan. Grote werkdruk door het grote aantal kinderen en gezinnen die hulp nodig hebben. En het lijkt erop dat de problemen steeds complexer worden.

Signaleren

Maar ook de laatste onderzoeken naar het signaleren van kindermishandeling geven een zorgelijk beeld. Het grootste gedeelte van de meldingen wordt gedaan door de politie. En maar 4% van alle meldingen door scholen. Daaruit kunnen we concluderen dat kinderen die mishandeld worden pas laat in beeld komen; wanneer de situatie geëscaleerd is en de tussenkomst van de politie nodig is.
Het is, zeker voor de kinderen, veel beter als zij eerder gezien worden en dus ook eerder hulp krijgen. Maar dan is het wel nodig dat de hulpverlening op orde is.

Stichting Praat

Als we Praat centraal stellen in de terugblik, dan overheerst een ander gevoel. Praat heeft in 2019 haar best gedaan om een bijdrage te leveren aan het eerder signaleren van kinderen in de knel. En aan het doorbreken van het zwijgen over kindermishandeling.
We hebben dat op veel plekken in Nederland mogen doen, bij opleidingen, scholen, kinderopvang, zorg- en welzijnsorganisaties en bij vrijwilligersorganisaties.
Ook zijn we in de gemeente Amsterdam gestart met de Buurtaanpak Kindermishandeling in Zuid Oost.
We merken dat steeds meer organisaties ons weten te vinden. En veel organisaties vragen ons met regelmaat terug. Dat voelt als een groot compliment!

Signalenwijzer

Vorig jaar november hebben we, in samenwerking met Spelpartners (www.spelpartners.nl) de Signalenwijzer op de markt gebracht, een hulpmiddel om met elkaar in gesprek te gaan over het signaleren van kindermishandeling.
Wij waren ervan overtuigd dat er behoefte was aan zo’n hulpmiddel, en afgelopen jaar is gebleken dat dit inderdaad zo is. De verkoop van de Signalenwijzer gaat ontzettend goed en de reacties zijn heel erg positief. Het gesprek over signaleren wordt veel makkelijker met behulp van de Signalenwijzer.

Met die reacties waren we natuurlijk al super blij. En toen kwam het bericht dat de gemeente Amsterdam de Signalenwijzer ging uitdelen. Tijdens de bijeenkomsten mochten alle organisaties een Signalenwijzer mee nemen. Deze bijscholing werd georganiseerd door de gemeente Amsterdam in samenwerking met Boink (www.boink.nl), om uitleg te geven over de veranderingen binnen de meldcode.

Kerstvakantie

De komende drie weken heeft Praat vakantie. We hebben hard gewerkt en het is tijd om even rust te nemen en energie op te doen. Vanaf 13 januari zijn we er weer.
We wensen iedereen fijne en veilige feestdagen en een gezond en opmerkzaam 2020.

Wat vinden jullie nu eigenlijk kindermishandeling?

De vraag: ‘wat vinden jullie nu eigenlijk kindermishandeling’ hebben we de afgelopen weken weer gesteld aan professionals en studenten aan wie scholing gaven.
Deze vraag stellen we, omdat we denken dat het beantwoorden van de vraag cruciaal is om te kunnen signaleren.

Als we aan professionals of vrijwilligers de vraag stellen ‘wat vind jij eigenlijk kindermishandeling’, dan worden er twee dingen duidelijk:
1. Dat bijna niemand precies kan omschrijven wat hij of zij kindermishandeling vindt en
2. Dat als we dat aan tien mensen vragen, we ook tien verschillende antwoorden krijgen.
Dit betekent dat we, als we mensen vragen om kindermishandeling te signaleren, we hen vragen iets te gaan zien waarvan ze niet helemaal precies weten wat dat is. En dat we vragen iets te signaleren waar geen consensus over bestaat.
Dat maakt het signaleren nóg ingewikkelder dan het al is.

Belangrijke vraag

Om goed te signaleren moeten we deze belangrijke, maar ook ingewikkelde vraag, met elkaar gaan beantwoorden. En dat betekent dat we met elkaar in gesprek moeten. ‘Wat vind ik eigenlijk kindermishandeling, waarom vind ik dat wel en mijn collega niet’. En daar wordt het gesprek ook meteen persoonlijk. Want komt het door mijn eigen opvoeding, mijn eigen ervaringen, mijn (geloofs)overtuiging, hoe ik zelf in het leven sta dat ik een iets andere definitie heb van kindermishandeling? Soms zal dat ongemakkelijk voelen, en vaak willen we heel persoonlijke dingen niet met collega’s delen. Maar toch is het in deze belangrijk.
Want door dit gesprek te voeren, wordt het sowieso makkelijker om over kindermishandeling te praten. Oefening baart kunst! En erover praten scherpt je standpunt, maakt zaken helder, en kan soms ook je mening doen veranderen.
Maar vooral leer je om samen met je team om te bepalen waar de piketpaaltjes staan, wanneer jij en je collega’s vinden dat jullie iets moeten doen.

Je gesteund voelen

Wanneer je concreet weet wat je kindermishandeling vindt, kan je ook goed gaan kijken en signaleren. En als je weet hoe je collega’s erover denken, kan je makkelijker je zorgen met hen delen en samen tot actie overgaan. En dat samen is belangrijk. Het signaleren van kindermishandeling, het erover in gesprek gaan met kinderen en ouders is lastig, spannend en kwetsbaar.
Wanneer je van het signaleren teamwork hebt gemaakt, wanneer je weet dat je collega’s je steunen, worden de stappen die je moet zetten minder eng.

 

We zijn van start……………….. opweg naar de Afsluitdijk!

Al sinds de oprichting van Stichting Praat in 2012 zeggen we dat we ‘ooit’ een waslijn vol vuile was over de Afsluitdijk willen spannen. Een bijzonder groot en ingewikkeld project waarvoor we sowieso 69.000 stuks beschreven wasgoed nodig hebben.

Waarom de Afsluitdijk?

Tijdens de Eerste wereldoorlog leden veel Nederlanders honger waardoor de roep om qua voedsel zelfvoorzienend te zijn, groter werd. Er was extra vruchtbare landbouwgrond nodig. Er lagen al  inpolderingsplannen van ingenieur Lely. Deze lagen nog steeds op de plank toen het in 1916 goed mis ging. Er vond in het Zuiderzeegebied een overstroming plaats. Er vielen doden, gewonden, duizenden mensen raakten hun huis kwijt en de economische schade was enorm.

En die ramp was het begin van de Afsluitdijk. Om de bevolking te beschermen tegen het water én om later nieuwe landbouwgronden te creëren, werd in 1920 gestart met de bouw. En in 1932 werd het laatste gat in de dijk gedicht.

Bescherming en zorgen voor, daar staat de Afsluitdijk symbool voor. En dat is precies wat de 119.000 kinderen nodig hebben die jaarlijks in Nederland mishandeld worden.

Van start met de organisatie van ‘Nederland hangt de vuile was buiten’

Begin dit jaar hebben we besloten dat we het ‘gewoon’ gaan doen, de waslijn over de Afsluitdijk. En ondertussen zijn we begonnen met de organisatie van ‘Nederland hangt de vuile was buiten’.
De eerste stap die we gezet hebben is de hulp inroepen van Impact Matters . Zij hebben ons al eerder geholpen en via hen hebben we nu contact met Mammoet en met YSE.
Mammoet helpt ons met de vraag hoe doen het technisch en logistiek georganiseerd moet worden en YSE schrijft voor ons een groot en uitgebreid projectplan.

De volgende stap die we zetten, is het vormen van een coalitie met partner-organisaties en mensen zodat we een groot draagvlak creëren voor dit project.

Het is nog lang niet zeker, maar…………..

De grootste uitdaging is het krijgen van de benodigde vergunningen en ontheffingen. De komende maanden zullen we vooral daar mee bezig zijn. Dat is een proces wat zich vooral achter de schermen afspeelt. Maar we hopen dat we eind van dit jaar duidelijk hebben of de waslijn op de Afsluitdijk er komt of niet.
Wij gaan er van uit dat de waslijn er komt. En met die waslijn vragen we aandacht voor alle kinderen mishandeld worden én voor alle mensen die kampen met de gevolgen van kindermishandeling op de rest van hun leven.

Wat zou je doen?

Begin mei hoorde en las ik het verhaal van Tom Verweij, werkzaam als inspecteur bij politie Zaanstreek. Het ging over twee kleine, ernstig verwaarloosde jongetjes die hij, na een melding, in een woning aantrof.
Diezelfde Tom zat ’s avonds bij Pauw. Daar sprak hij ook zijn verwondering uit over het feit dat het maanden had geduurd voordat iemand in actie was gekomen om deze jongetjes te helpen.
En toen gebeurde er iets bijzonders aan tafel. Want eigenlijk reageerde iedereen met ‘ja maar, het is ook niet makkelijk om in te grijpen’.

Wat zou je doen?

Maar stel, je woont bij mij aan de overkant van de straat. Op een avond kijk je toevallig uit je raam, en het lijkt wel heel erg op dat er bij mij brand is. Wat doe je dan? Denk je: ‘Ach, misschien zie ik het verkeerd’ of ‘misschien heeft Ted de vuurkorf lekker aan in haar kamer’. Bedenk je misschien dat het ongepast is om je met mijn zaken te bemoeien? Of, neem je geen risico en bel je de direct de brandweer?

Of stel; je loopt op straat en vlak voor je loopt een vrouw met een peuter op de stoep naast een drukke straat. En je ziet dat de peuter één seconde aan de aandacht van de vrouw ontsnapt en dreigt de weg op te lopen. Jij kunt die peuter zonder moeite bij de hand grijpen en behoeden voor een vreselijk ongeluk.
Wat doe je dan? Denk je ‘die vrouw oefent met het kind in luisteren’ of ‘deze vrouw weet dat ze het kind kan vertrouwen en dat er niks gebeurt. Denk je misschien ‘daar ga ik me niet mee bemoeien’? Of pak je het kind bij de hand en zorg je ervoor dat het niet onder een auto loopt.

In beide gevallen denk ik dat je tot actie overgaat. En stel dat je daar vervolgens een compliment over krijgt, dan wuif je dat ook nog weg, ‘want het is toch logisch dat je dat doet als er een gevaarlijke situatie dreigt’.

En wat zou je doen als het gaat om vermoedens van kindermishandeling?

Maar waarom is het dan niet logisch om in actie te komen als je allemaal signalen oppikt dat de thuis situatie niet veilig is voor een kind. Waarom vinden we het dan allemaal logischer dat we heel lang wachten, ’tot we het zeker weten’, voor we in actie komen?

Het is een redelijk simpele vraag, waarvan ik weet dat  die niet simpel te beantwoorden is. Maar het is wel een vraag die belangrijk is om aan elkaar te stellen. Om met elkaar in gesprek te gaan over waarom vinden we het zo moeilijk? Welke gevoelens, gedachten, systemen houden ons tegen?
En belangrijker nog, hoe kunnen we ervoor zorgen dat we deze gedachten, gevoelens en systemen niet langer leidend laten zijn.

En begrijp me niet verkeerd, ik pleit niet voor een heksenjacht op ouders, of voor ongefundeerde beschuldigingen. Waar ik voor pleit is dat we met elkaar gaan onderzoeken waarom we zo lang wachten met in actie komen. Want daarmee beschadigen wij, als omstanders, de 119.000 kinderen die mishandeld worden nog een keer. Want als we deze kinderen niet te hulp komen, verwaarlozen wij, als samenleving, deze kinderen. En we weten hoe schadelijk dat is.

Start nieuwe Buurtaanpak Kindermishandeling in Amsterdam Zuid Oost

In opdracht van de gemeente Amsterdam start Praat morgen, op 1 april, met een nieuwe Buurtaanpak Kindermishandeling.
We zijn al een aantal jaren bezig in de Indische Buurt en Oud Oost in Amsterdam Oost. Maar vanaf morgen dus ook in Amsterdam Zuid Oost, en wel in de H-buurt.

Wat is dat precies, een buurtaanpak?

In de buurtaanpak werken we samen met organisaties in de buurt die met ouders en kinderen werken. We werken samen aan het weten, herkennen en signaleren van kindermishandeling. En met elkaar zorgen we ervoor dat het onderwerp op de agenda blijft. We bevorderen ook de samenwerking tussen de verschillende organisaties. Ook de samenwerking tussen organisaties en bewoners proberen we te verbeteren en te versterken.

In de buurtaanpak werken we met een coördinator die geworteld is in de wijk.  In Zuid Oost is dat Helga Ormskirk. Zij is degene die voor Praat de contacten legt met bijvoorbeeld de scholen. Als het contact gelegd is en duidelijk is waar de school tegen aan loopt, dan starten we met een aantal scholingsbijeenkomsten.
De coördinator inventariseert ook met hoeveel kinderen de organisatie te maken heeft. En over hoeveel kinderen er zorgen zijn, en hoe die zorgen eruit zien. En we inventariseren hoe vaak men in de afgelopen jaren in actie is gekomen als er zorgen waren rond een kind en hoe die actie eruit zag .

De werkwijze

Na de inventarisatie gaan we van start. We starten (bijna) altijd met de voorlichting. In de voorlichting krijgen de deelnemers kennis over kindermishandeling, zoals de verschillende vormen die we onderscheiden. En we discussiëren over de vraag ‘wat vind jij nou eigenlijk kindermishandeling’. (Binnen de kaders van de wet natuurlijk.)
Dat vinden we een belangrijke vraag om te beantwoorden; want hoe kan je signaleren als je eigenlijk niet goed weet waar je naar kijkt.

Daarna kijken we met de organisatie naar welke vervolg stappen er gezet moeten worden qua scholing. En waar nodig passen we ons bestaande aanbod aan.

Ouders en kinderen

Natuurlijk worden ouders en kinderen ook betrokken bij de buurtaanpak. Kinderen worden betrokken via de mensen die we geschoold hebben. We maken de volwassenen rondom kinderen gevoeliger voor de signalen van kindermishandeling en we geven ze vaardigheden in handen om met kinderen in gesprek te gaan.

Met ouders gaan we zelf in gesprek. Vaak gebeurt dit op scholen, bijvoorbeeld in de ouderkamer. Daar nodigen we ouders uit om met hen te praten over wat is kindermishandeling. Maar ook wat een positieve manier van opvoeden is. Tijdens deze gesprekken werken we nauw samen met het Ouder Kind Team.

Vuilewasmanifestatie

Wanneer we merken dat we ingeburgerd zijn in de buurt, en wanneer we merken dat het onderwerp leeft, organiseren we ook een Vuilewasmanifestatie.
Tijdens de manifestatie vertelt een ervaringsdeskundige van Praat zijn/haar eigen geschiedenis. En nodigen we het publiek uit eigen ervaringen met de vrijwilligers van Praat te delen.
Met de hulp van de wasdames Ellie en Alie van theatergroep Blik Bijzonder creëert Praat een veilige omgeving. Zo veilig dat mensen daadwerkelijk hun eigen ervaringen, gedachten en gevoelens over kindermishandeling gaan delen. Dit delen gebeurt mondeling, maar ook door op wasgoed statements te schrijven over kindermishandeling en deze daadwerkelijk buiten te hangen.
Zo worden er niet alleen verhalen gedeeld, maar wordt kindermishandeling ook zichtbaar gemaakt.